Bordeaux
Krachtige rode blends met cederhout, cassis en tannine. Linkeroever (Médoc) = Cabernet-dominant; rechteroever (Saint-Émilion, Pomerol) = Merlot-dominant.
Frankrijk is de wieg van de moderne wijnbouw: AOC-systeem, terroir-denken en de klassieke druiven (Cabernet, Merlot, Pinot Noir, Chardonnay, Sauvignon Blanc) komen hier vandaan. Stijl: elegant, terroir-gedreven, vaak met aging-potentieel.
Verschil met andere landen: Franse wijnen zijn meestal blends, gebouwd op finesse en zuren in plaats van pure fruitkracht. Naam = regio, niet de druif.
Krachtige rode blends met cederhout, cassis en tannine. Linkeroever (Médoc) = Cabernet-dominant; rechteroever (Saint-Émilion, Pomerol) = Merlot-dominant.
Mono-cépage: rood = Pinot Noir (kers, aarde, finesse), wit = Chardonnay (mineralig in Chablis, romig en boterig in Meursault). Terroir is alles.
Mousserende wijn via méthode traditionnelle. Fijne mousse, brioche, citrus en mineraal. Brut = droog standaard.
Topproducenten
Noord (Côte-Rôtie, Hermitage): pure Syrah, peper en bramen. Zuid (Châteauneuf-du-Pape): Grenache-blends, warm en kruidig.
Frisse, mineralige witten (Sancerre, Pouilly-Fumé, Vouvray, Muscadet) en sappige rode Cabernet Franc (Chinon, Bourgueil).
Aromatische, mono-cépage witten. Riesling droog en mineralig, Gewürztraminer rijk en bloemig (lychee, rozen).
De referentie voor droge rosé: bleek perzikroze, fris rood fruit, kruiden, citrus. In Bandol ook serieuze rode Mourvèdre.